DIVERSEN
Chronologisch (oudste onderaan)

- Ons persbericht n.a.v. het besluit van minister Veerman (28-1-2005)
- Onze tweede brief aan de Vaste Kamercommissie van LNV (3-1-2005)
- Reactie minister Veerman op onze brief van 10-12-2004 (16-12-2004)
- Onze eerste brief aan de Vaste Kamercommissie van LNV (10-12-2004)
- Algemene verklaring (17-2-2004)


Ons persbericht n.a.v. het besluit van minister Veerman (28-1-2005)

Op donderdag 27 januari heeft de Tweede Kamer minister Veerman tot onze grote vreugde gevraagd de uiterste datum voor het aanvragen van een chipontheffing voor paardeneigenaren die stond gesteld op 1 februari a.s. tot nader order op te schuiven. Dit om uit te zoeken of een permanente ontheffing van de chipverplichting voor gewetensbezwaarden, en diegenen die anderszins bezwaren hebben tegen het inbrengen van een lichaamsvreemde materie, mogelijk is.

Concreet betekent dit dat paardeneigenaren gebruik kunnen blijven maken van registratie van hun paard(en) middels DNA-bepaling. Het DNA alternatief is maar weinig duurder, 100% veilig en er kan niet mee gefraudeerd worden. Het KNHS accepteert ook de DNA identificatie en registratie dus ook wedstrijdruiters kunnen met een gerust hart een chipontheffing aanvragen.

De Nijhofgroep heeft vanaf het moment dat de eerste plannen ontstonden paarden te chippen enkele jaren terug zich hiertegen verzet en zich hard gemaakt voor het DNA-alternatief.
Wij zijn blij dat de Tweede Kamer voor ons in de bres is gesprongen en dat ook de minister onze bezwaren serieus neemt.
Aangezien een ruime meerderheid van de Kamer een permanente ontheffing wil, hebben we goede hoop dat deze er gaat komen.

Bovenstaande betekent dat uw paard nog steeds moet voldoen aan de wet I&R dus geregistreerd moet worden en geïdentificeerd moet kunnen worden. Dit hoeft echter niet zoals veel paardeneigenaren per abuis denken persé door te chippen.

Voor meer informatie omtrent de hele regeling kunt u terecht op www.invisio.nl/antichip of bellen met 06 – 20868976 (Annemieke Bos).


Onze tweede brief aan de Vaste Kamercommissie van LNV (3-1-2005)

Geachte Commissie,

Wij hebben kennis genomen van de reactie van minister Veerman d.d.16-12-04, op onze brief gericht aan uw commissie betreffende identificatie van paarden, die u aan hem hebt doorgestuurd. Dit antwoord heeft ons zeer teleurgesteld.

De minister heeft onze brief kennelijk niet goed begrepen. Hij schrijft namelijk “In de brief van de Nijhofgroep wordt verondersteld, dat de ontheffingsmogelijkheid alleen maar zal gelden tot 1 februari 2005”. Hij denkt blijkbaar dat wij in de mening verkeren, dat alle al verleende ontheffingen per 1 februari 2005 ongeldig zouden worden. Dat hebben wij geen moment gedacht en dit staat ook niet in onze brief. Ons probleem is nog steeds, dat de mogelijkheid om paarden te mogen identificeren door middel van DNA bepaling in plaats van door het inbrengen van een transponder plotseling per 1 februari 2005 wordt afgeschaft. De reactie van de minister geeft hier dus helemaal geen antwoord op. Zijn conclusie, dat hij de gewetensbezwaarden voldoende ruimte geeft voor alternatieve identificatie van hun paarden bestrijden wij dan ook. Aangezien paarden niet het eeuwige leven hebben, komt hoe dan ook het moment, dat iemand, die voor 1 februari 2005 ontheffing had gekregen een nieuw paard wil aanmelden. Dat kan dan dus niet meer en dat is heel onredelijk. Iemand, wiens bezwaar om zijn paard te chippen eerst erkend is door de overheid kan niet plotseling daarna door dezelfde overheid na 1 februari niet meer erkend zijn en dus niet meer gerechtigd te kiezen voor DNA-identificatie.

Tegenargument zou kunnen zijn, dat er op den duur toch helemaal geen ongechipte paarden meer te koop zullen zijn. Dit is dus niet waar. Nederland is een klein land en dit betekent, dat wij een groot buitenland hebben. In dit geval is dat heel prettig, want het staat vast dat in het grootste deel van dat buitenland niet verplicht gechipt gaat worden door de overheid. In de EU is registratie en identificatie van paardachtigen verplicht. De manier van identificatie mag door elke lidstaat zelf bepaald worden. Daar is dus geen toestemming van de EU voor nodig (informatie van gezaghebbende uit Brussel).

In de praktijk blijkt, dat van de 25 lidstaten alleen Frankrijk een soortgelijke regeling als Nederland kent. In Ierland wordt wat geëxperimenteerd, maar alleen met ezels en veulens zonder papieren. Er is geen aanleiding te veronderstellen, dat de chipverplichting van staatswege een Europese verplichting zal worden. Daarvoor zitten er veel te veel haken en ogen aan. Bovendien is het door de voortgang van de techniek nu al een achterhaald systeem. Aangezien harmonisatie van regelgeving in de EU een streven is, is het toch heel merkwaardig, dat Nederland wat dit betreft er voor kiest om duidelijk uit de pas te lopen.

“Nieuwe gewetensbezwaarden kunnen zich na de datum van 1 februari niet meer aanmelden”. Wij vinden, dat dit niet gesteld mag worden ook al aangezien veel paardeneigenaren nog niet weten dat het inbrengen van een transponder in een paard risico’s voor het paard kan meebrengen. En het komt ons voor, dat de overheid dat heel graag zo wil houden ook. B.v. in Nederland is geen onderzoek gedaan naar de gevolgen voor het welzijn van het paard van het inbrengen van een transponder in het spierweefsel van de hals. Dit heeft de veterinaire faculteit te Utrecht gewoon moeten toegeven. Voorlichters van het PVV hebben in het tijdschrift ‘de Hoefslag’ van 28 oktober 2004 op de vraag of er wel voldoende onderzoek naar de gevolgen van het inbrengen van een lichaamsvreemd voorwerp in de paardenhals was gedaan als volgt geantwoord. “De veulens in de I-jaargang van het KWPN (1990) zijn massaal gechipt en door de Faculteit in Utrecht gevolgd. Bij geen van deze paarden zijn negatieve effecten van de chip waargenomen”.
Als u nu weet, dat massaal in dit geval betekent 20 exemplaren, zult u toch met ons eens moeten zijn dat dit geen eerlijke voorlichting is. Een beter woord is misleiding. Ander voorbeeld in hetzelfde artikel. Vraag: Een vreemd voorwerp mag niet in consumptievlees terecht komen. Heeft een gechipt paard als slachtdier nog waarde? Antwoord: de chip wordt met het manenvet weggesneden en komt in het slachtafval terecht. Bladzijde verderop: vraag over de fraudebestendigheid van de chip en de mogelijkheid voor kwaadwillende lieden dat ding te verwijderen. Antwoord: cursisten kregen de opdracht de chip uit de hals van een dood paard te halen. De reader leest de code, maar kan de plaats van de chip niet nauwkeurig vaststellen. Cursisten moesten zeer veel hals (comsumptievlees dus) wegsnijden om de chip te kunnen vinden”.

Dus eerst wordt gezegd, dat de chip in het manenvet zit, wat al niet waar is, (manenvet zit helemaal aan de bovenkant van de hals) en vervolgens geeft men toe, dat het heel moeilijk is om de chip in de hals (consumptievlees) te traceren. Wij vinden, dat een overheid zijn burgers niet op een dergelijke manier voor de gek mag houden. Het feit, dat de chip in het spiervlees van de hals van slachtpaarden moeilijk te vinden is, is overigens iets wat slecht te rijmen is met de zorg voor de voedselveiligheid in de EU. Als het in een kliniek al moeilijk is een chip te traceren, wat denkt u dan van het verwijderen van chips in slachthuizen in Italië en de Oostbloklanden? Dat zal heus niet gaan lukken en is mogelijk op termijn weer een aanzet tot de zoveelste voedselrel. Alleen is er dan wel een duidelijke schuldige: de Nederlandse overheid.

Wij zijn van mening dat het hele chipgebeuren een buitengewoon ondoordacht systeem is, dat koste wat kost doorgedrukt wordt.
Hoe is het allemaal zo gekomen?
De paardensportbond KNHS heeft al een paar jaar geleden besloten haar leden te verplichten hun wedstrijdpaarden te voorzien van een transponder in de halsspier om fraude te voorkomen, naar men zei. Feit is, dat na afloop van deze actie, zoals nu is gebleken en wat ons helemaal niet verbaast, vooral door de forse meeropbrengst hiervan de KNHS uit de rode cijfers is gekomen. Als er te weinig in de kas zit is een contributieverhoging meer voor de hand liggend dan een omstreden, maar wel, lucratieve manier van fraudebestrijding. Maar dit terzijde. Toen deze transponderverplichting werd aangekondigd en er voortvarend werd gestart met chippen hebben de advocaten van een kleine groep paardeneigenaren (groep Nijhof + Anky van Grunsven/Fam. Gordijn) een alternatief (DNA-identificatie) kunnen afdwingen. Op zich al een teken aan de wand. Onze argumenten waren kennelijk toch zo sterk, dat de KNHS een rechtsgang niet aandurfde. De KNHS heeft de DNA-mogelijkheid, hoewel keurig in de wedstrijdreglementen toegevoegd, op alle mogelijke manieren zoveel mogelijk ontmoedigt en vooral uit de publiciteit gehouden. Het is daarom niet vreemd dat de minister toen de hele Nederlandse paardenstapel geregistreerd en geïdentificeerd moest worden, niet wetend van al deze bezwaren, het advies van de KNHS om ook over te gaan tot het chipsysteem heeft opgevolgd. Het is natuurlijk ook niet vreemd, dat de KNHS zijn eigen systeem heeft gepromoot. Bovendien is Virbac, de producent van de transponders een grote sponsor van de paardensportbond geworden en voort wat hoort wat, nietwaar?

Als u uw gedachten laat gaan over een en ander verzoeken wij u ook te bedenken, dat de paardensport de tweede sport in Nederland is en dat in de bedrijfstak zo’n 1.2 miljard omgaat (meer dan b.v. in de bloembollenteelt). De paardenhandel maakt daar een wezenlijk deel van uit, is zeer grensoverschrijdend en heeft last van de in het buitenland niet populaire chipverplichting. Het is voor de paardensector in alle geledingen belangrijk, dat de zaken zo zijn geregeld, dat over het welzijn van onze paarden als gevolg van regelgeving geen enkele discussie nodig is.

Als de democratische Nederlandse staat voor haar burgers een procedure, welke dan ook, verplicht stelt zou zij dit alleen mogen doen als door voorafgaand onderzoek bewezen is dat dit 100 procent veilig is. Er is niet met eerlijke cijfers onomstotelijk bewezen dat het chippen verantwoord is. Als iemand zegt, dat dit wel het geval is zouden wij graag de cijfers en resultaten ter inzage krijgen. Chippen had dus niet verplicht mogen worden gesteld. Daarom is het niet meer dan redelijk dat in ieder geval de keuze voor het verkrijgen van een ontheffing van het inbrengen van een transponder in de paardenhals gehandhaafd blijft en niet per 1 februari 2005 wordt afgeschaft. Wij verzoeken u om onze zaak mondeling te mogen toelichten.

Met vriendelijke groet,
Groep Nijhof


Reactie minister Veerman (16-12-2004)

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

ons kenmerk: VD. 2004/3635
datum: 16-12-2004
onderwerp: Toegestane methoden ten behoeve van identificatie van paarden TRC 2004/8654

Geachte Voorzitter,

Middels deze brief reageer ik op de brief van de Nijhofgroep die door de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan mij is doorgestuurd. Het betreft de toegestane methoden ten behoeve van de identificatie van paarden.

In de brief van de Nijhofgroep wordt verondersteld dat de ontheffingsmogelijkheid alleen maar zal gelden tot 1 februari 2005. Tot deze datum geldt echter alléén de termijn dat gewetensbezwaarden van transponders ter identificatie van paarden zich kunnen aanmelden en tevens kunnen aangeven op welke paarden de ontheffingsaanvraag betrekking heeft. Het alternatief is dat voor deze paarden een DNA-profiel wordt vastgesteld en deze wordt vastgelegd in het paspoort. Dit alternatief geldt ook na de datum van 1 februari 2005.

Nieuwe gewetensbezwaarden kunnen zich na de datum van 1 februari niet meer aanmelden. Echter voor veulens van merries waarvoor reeds een ontheffing is verleend, kan nog wel een ontheffing aangevraagd worden.

Hiermee denk ik dat ik de groep gewetensbezwaarden voldoende ruimte geef voor een alternatieve identificatie voor hun paarden.

De minister van Landbouw, Natuur
en Voedselkwaliteit,

dr. C.P. Veerman


Onze eerste brief aan de Vaste Kamercommissie van LNV (10-12-2004)

Aan de leden van de Vaste Kamercommissie van LNV
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

Hierbij verzoeken wij u dringend te kijken naar de problematiek die is ontstaan doordat per 1 februari 2005 plotseling de mogelijkheid tot DNA identificatie i.p.v. chippen van paarden wordt afgeschaft.
Wij denken dat het chippen het welzijn van onze paarden in gevaar kan brengen.
Er is namelijk geen gedegen onderzoek gedaan naar de gevolgen van het inbrengen van een transponder in de halsspier van het paard op langere termijn.
Bij de stamboeken waar al langer gechipt wordt (b.v het Friezenstamboek) gebeurt dit niet in de halsspier maar in het manen vet en dat is iets anders en ook daar is geen onderzoek naar gedaan.

Toen indertijd door de KNHS het chippen van wedstrijdpaarden verplicht werd gesteld, hebben wij protest aangetekend. Door onze advocaat, van de Nijhofgroep en de advocaat van Ankie van Grunsven te samen, is toen een compromis bereikt. Degenen die niet wilden chippen konden zich identificeren door DNA te laten bepalen.

Toen het PVV de opdracht kreeg om het registreren en identificeren van de hele Nederlandse paardenstapel te gaan regelen, hebben wij met de heer Klaver van het PVV een overleg gehad en heeft hij ons toegezegd dat degenen die echt problemen hadden met het moeten chippen de mogelijkheid kregen om DNA te kiezen, daar is dan ook een protocol voor opgesteld.
Nu is er plotseling aan toegevoegd dat de ontheffingsmogelijkheid alleen maar zal gelden tot 1 februari 2005. We zijn dus weer terug bij af.

Nog steeds is er geen degelijk onderzoek gedaan naar de gevolgen op langere termijn en zijn wij er dus nog steeds van overtuigd dat het welzijn van onze paarden mogelijk nodeloos in gevaar wordt gebracht.
Inmiddels zijn er vele paarden gechipt waarbij het regelmatig fout gaat, dus ook op korte termijn pakt de methode niet voor alle paarden gunstig uit.
Bij veulens is het chippen een groot probleem, de beestjes zijn vliegensvlug en moeten soms met drie personen in bedwang gehouden worden om de chip in te brengen, hierbij klappen de diertjes in paniek tegen de wanden van de stal. Dit wens je toch geen dier toe om maar te zwijgen over het trauma wat ze oplopen.
Er zijn chippen die verwijderd moesten worden omdat er een abces was ontstaan.
Een handelaar vertelde ons dat bij zijn paarden de chip is gaan zweven en beland was achter het oor van een paard en weer bij een ander paard in de borstkas. Hij nodigt u van harte uit te komen kijken, zijn adres is bij ons bekend. De chippen konden niet gaan zweven zo werd verteld, niets is minder waar en we moeten maar afwachten wat voor schade ze onderweg aanrichten in het lichaam van het paard.

Wij zouden graag willen dat DNA identificatie mogelijk blijft totdat definitief vaststaat dat onze paarden niet de dupe worden van een systeem waarbij onvoldoende vaststaat wat de gevolgen zijn voor nu en op langere termijn.

Aangezien 1 februari al heel dicht bij is doen wij een zeer dringend beroep op u om hier toch vooral zorgvuldig aandacht aan te schenken. Hierbij zijn wij volledig bereid om het nodige mondeling toe te lichten.

In afwachting van uw antwoord verblijven wij,
Hoogachtend,

De Nijhofgroep


Overval op paardenland
Feiten, vragen en conclusie naar aanleiding van:
Identificatie en registratie van de Nederlandse paardenstapel

• Feit 1: De Nederlandse overheid heeft besloten, dat per 1 januari 2004 de Nederlandse paardenstapel moet zijn geregistreerd en geïdentificeerd.

• Feit 2: De opdracht tot uitvoering hiervan is middels een maatregel van bestuur (bindend) gegeven aan het productschap voor vee en vlees (PVV). Telefoon: 079-3687100

• Feit 3: Het PVV heeft zelf weinig verstand van de paardenhouderij en heeft zich laten adviseren door de KNHS (Koninklijk Nederlandse Hippische Sportbond). De KNHS heeft registratie en identificatie van de ongeveer 80.000 wedstrijdpaarden geregeld via een paspoort (verplicht in de Europese unie sinds 1998) en een in de halsspier van het paard aangebrachte chip. Tegen het paspoort heeft niemand bezwaar. Tegen de chip is, met goede argumenten omkleed, verzet gerezen. Uiteindelijk is, omdat gerechtelijke procedures dreigden, identificatie via DNA mogelijk gemaakt via een bezwaarprocedure. De wedstrijdreglementen zijn daartoe aangepast. Deze procedure is erg prijzig gemaakt en wordt bovendien zoveel mogelijk uit de publiciteit gehouden.

• Feit 4: In navolging van de KNHS heeft ook het PVV gekozen voor de chip als identificatie, eveneens (om protesten voor te zijn) met de ontheffingsmogelijkheid via de bezwaarschriftenprocedure.

• Feit 5: Ook het PVV wil deze ontheffingsmogelijkheid kennelijk zo min mogelijk bekend hebben. In hun voorlichtingsfolder, die op grote schaal verspreid is, staat nl geen woord hierover. Heel veel paardenhouders zouden deze keuzemogelijkheid willen hebben. Dit is dus bewuste misleiding van de groep belanghebbenden. Het is achterhouden van informatie.

• Feit 6: Naar de gevolgen voor de gezondheid van het paard van de chip in de halsspier op langere termijn is in Nederland geen representatief onderzoek gedaan. In Duitsland heeft de FN (Duitse paardensportbond) wel onderzoek laten doen en heeft naar aanleiding daarvan besloten de chip niet verplicht te stellen. Het grootste stamboek ter wereld, het quarterstamboek is begonnen met chippen, is er na enige tijd weer mee gestopt en identificeert nu d.m.v. DNA onderzoek.

• Feit 7: Op de website van het PVV staat wel de mogelijkheid om ontheffing van het chippen aan te vragen via een bezwaarschrift. Dit is mogelijk op godsdienstige of ethische gronden en voor paarden die onverzekerbaar zijn. Bij nadere informatie bij het productschap bleek, dat daarmee paarden bedoeld zijn, die zo kostbaar zijn, dat ze niet verzekerd kunnen worden (zo vanaf € 250.000,=). Voor iedereen, die normaal nadenkt, betekent dit dus dat ook het PVV er allerminst van overtuigd is, dat het chippen voor paarden ongevaarlijk is. Waarom hoeven dure paarden anders niet gechipt te worden. Je zou zeggen, aangezien het chipsysteem volgens het PVV helemaal geweldig is, dat dan juist heel dure paarden gechipt zouden moeten worden.

• Feit 8: Het laten chippen van een paard kost € 35,=. Dit kan gebeuren door een dierenarts of een paspoortconsulent (=leek, die 1 middag instructie heeft gehad. Voor de gelegenheid heet dit ‘paramedische opleiding’. Normaal gesproken mag volgens de Nederlandse wet nl iemand, die geen paramedische opleiding heeft gehad geen injecties geven). Het laten bepalen van het DNA profiel bij het laboratorium van Haeringen in Wageningen kost € 38,=. Als de gemiddelde Nederlandse paardenhouder de keuze heeft tussen een 100% zeker gevaarloze methode of één waarvan dit niet zeker is, die beiden ongeveer hetzelfde kosten is het niet moeilijk te bedenken waar de keus op valt.

• Feit 9: Dit scenario zou heel vervelend zijn voor de enige, die echt voordeel heeft bij de chipverplichting nl de producent van de chips. Worden daarom de ontheffingsmogelijkheden zoveel mogelijk buiten de publiciteit gehouden?

• Feit 10: Behalve door chippen of DNA bepalen is er nog een derde identificatie mogelijkheid, die evenals DNA bepaling 100% veilig is. Dit is het z.g. borgingssysteem van haarmonsters bij hetzelfde laboratorium van van Haeringen. Kosten € 6,= per paard. Deze methode is door het PVV (én de KNHS) niet eens overwogen. Waarom niet?

Conclusie: De Nederlandse paardenhouder wordt door onze eigen, met belastinggeld betaalde, overheid op hoge kosten gejaagd voor een indentificatie systeem, waarvan zelfs de overheid zelf niet overtuigd is van de veiligheid (zie feit 7). Een aanzienlijk goedkopere, 100% veilige identificatie-mogelijkheid (borgingssysteem) wordt helemaal geheim gehouden en een even dure mogelijkheid (DNA) wordt zo moeilijk mogelijk gemaakt.

De grote vraag is: waarom zouden wij dit laten gebeuren?
Als alle paardeneigenaren voor hun ongeveer 400- à 500.000 paarden en pony’s een ontheffing van het chippen aanvragen weten we in ieder geval zeker dat onze paardenstapel niet wordt opgezadeld met een tikkende tijdbom. Hoe de identificatie dan gaat lopen zien we nog wel. Als wij allemaal het borgingssysteem willen moet dat toch te regelen zijn! Ook de prijs voor DNA bepaling zal bij grotere aanvraag goedkoper worden.

Groep Nijhof, Holten, 17-2-2004